jaarfeesten

Bron: www.antroposofischleven.nl

Jaarfeesten op een rijtje

Jaarfeesten en de Vrije School: die horen bij elkaar.  Maar welke feesten worden er nu eigenlijk allemaal gevierd, en wát vieren we dan precies?

De grote jaarfeesten

De grote jaarfeesten, die elke Vrije School viert, zijn verbonden met de vier seizoenen: Pasen met de lente, Sint Jan met de zomer, het Michaelsfeest met de herfst en Kerstmis met de winter. Daarnaast zijn er nog een aantal jaarfeesten die daartussen of in combinatie met de grote jaarfeesten gevierd worden. Niet elke Vrije School viert alle jaarfeesten.

In deze opsomming volgen we het schooljaar. We beginnen dus in september, in de herfst:

Het Michaelsfeest: 29 september

Michael wordt gezien als brenger van de zonnekracht. Hij zorgt voor sterke gewassen en voor een goede oogst. Voor de mens is hij de helpende hand in strenge winters, hij geeft kracht om door de winter te komen. Maar er is meer: Het Michaelsfeest is het feest van de engel die een draak verslaat. Michael spoort ons aan om onze kracht te gebruiken: We kunnen het kwaad in onszelf en om ons heen leren herkennen, en het bestrijden. Het Michaelsfeest is dus ook het feest van de moed.

Sint Maarten: 11 november

Sint Maarten was een ridder, die de helft van zijn warme mantel aan een bedelaar gaf. Hij is door deze daad van menslievendheid het symbool geworden van offerbereidheid en goedheid. Je hart wordt aangesproken als je Sint Maarten viert. Maar ook is Sint Maarten een lichtfeest, dat Kerstmis voorbereidt. De kinderen die op 11 november met hun lantarens van uitgeholde knollen langs de deuren gaan, combineren de beide aspecten van dit feest.

Advent: vanaf de vierde zondag voor Kerstmis

De tijd voor Kerst heet de adventstijd; de adventstijd begint vier zondagen voor dat grote feest, en elke zondag wordt er een kaarsje aangestoken van de adventskrans. Deze tijd is de tijd van de verwachting. We leven naar Kerstmis toe en stellen ons open voor dat, wat er uit de hemel naar ons toekomt. Een wat diepere betekenis is dat het licht van de natuur, het uiterlijke licht, in deze tijd afneemt en heel zwak wordt. Je wordt daardoor teruggeworpen op je eigen, innerlijke licht. Het mooiste symbool hiervoor is het Christuskind, dat vanaf zijn geboorte in ons mag gaan groeien.

Sint Nicolaas: 5 december

Sint Nicolaas, bij ons gevierd op 5 december (de eigenlijke datum is 6 december) herinnert aan de bisschop van Myra, die vele goede daden deed. De diepere betekenis van dit feest is niet eenduidig. Sint Nicolaas kan een wegbereider zijn voor het Christuskind, maar wordt ook gezien als heelmaker: iemand die ons leert hoe we één worden met het kind in onszelf. Daarnaast wordt dit feest simpelweg gevierd op de manier die we allemaal kennen: dan is het het feest van geven en ontvangen.

Sint Lucia: 13 december

Sint Lucia was een martelares die het licht uit haar ogen aan haar verloofde (of haar blinde broertje) schonk. Zij is dus een brengster van licht, evenals Sint Maarten.

Kerstmis: 24, 25 en 26 december

Het feest van Kerst vieren we op het moment van de winterzonnewende. De zon is over haar diepste punt heen; vanaf nu wordt het weer lichter. De geboorte van het Christuskind in de kerstnacht verbeeldt het goddelijke licht, dat op aarde komt.

Driekoningen: 6 januari

Op 6 januari herdenken we dat er drie koningen, of wijzen, uit het Oosten het Christuskind kwamen aanbidden. Zij gaven het Kind goud, wierook en mirre. Deze gaven kun je ook symbolisch zien. Goud staat dan voor inzicht in de goddelijke en geestelijke wereld, wierook voor offerbereidheid en deugd en mirre voor de verbinding van de ziel met het eeuwige, onsterfelijke.

Maria Lichtmis: 2 februari

Maria Lichtmis is het laatste van de lichtfeesten en het feest van het steeds sterker wordende daglicht. Het idee achter dit feest is, dat Moeder Aarde het nieuw geschapen licht opdraagt aan de schepping.

Carnaval: zeven weken voor Pasen

Carnaval was van oudsher een uitbundig feest dat aan de sobere vastentijd voorafging. Op de Vrije School is het een groots verkleedfeest.

Palmpasen

Palmpasen valt een week voor Pasen, en tijdens dit feest maken de kinderen palmpasenstokken. De oorsprong daarvan is voorchristelijk, maar het gebruiken van takken herinnert aan de intocht van Jezus in Jeruzalem.

Pasen: de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente

Pasen is het feest van de opstanding van Christus uit de dood en van het ontluiken van de natuur. Er is verwachting, hoop, ontwikkeling, groei. Kleine kinderen vieren dit feest het beste in aansluiting aan het nieuwe leven in de natuur, oudere kinderen kunnen zich al bezighouden met de betekenis van de opstanding.

Pinksteren: vijftig dagen na Pasen

Pinksteren sluit aan bij Pasen. De bloei van de natuur is een belangrijk element, maar ook de christelijke gebeurtenis van het uitstorten van de Heilige Geest (de mensen raken bezield door het goddelijke) speelt een rol. Christelijke en voorchristelijke elementen zijn sterk met elkaar vermengd geraakt; het is een heel blij feest geworden met kleur, muziek en bloemen.

Sint Jan: 24 juni

Sint Jan is het laatste jaarfeest voor de grote vakantie, het valt samen met de zomerzonnewende, vanaf nu worden de dagen weer korter. Sint Jan is de feestdag van Johannes de Doper. Johannes de Doper was een half jaar ouder dan Jezus Christus; hij doopte de mensen in de Jordaan om hen te reinigen van hun zonden. Hij riep op tot bezinning. Op de Vrije School is Sint Jan een heel uitbundig, blij feest. De natuur schenkt overvloed. De kinderen dragen een bloemenkrans en gaan picknicken, en soms springen ze over het Sint Jansvuur.

Op de vrijeschoolafdeling worden gevierd: Sint Michael, Advent, Sint Niclaas, Kerst, Pinksteren, Sint Jan (Zomerfeest)