Vrijeschool-onderwijs

Onderwijs voor leerlingen in de leeftijd van 12-18 jaar biedt ongekende kansen om jezelf te ontwikkelen bij het aanleren van sociale en mentale vaardigheden. Vernieuwing van traditioneel onderwijs is daarvoor nodig. In een recent verschenen rapport hekelt de Onderwijsraad de verschraling van het onderwijs:  “In de afgelopen periode was de aandacht eenzijdig gericht op meetbare doelen, in het bijzonder op het verhogen van taal- en rekenprestaties. Veel minder beleidsaandacht was er voor het bredere vakkenaanbod, algemene vorming en beroepspraktijkvorming. Ten tweede hebben scholen – door prestatieverhogende maatregelen – onvoldoende ruimte om accenten te leggen in hun onderwijsaanbod of om te vernieuwen. Tot slot staat de eigenwaarde van leerlingen die niet goed presteren op basisvaardigheden, onder druk.”

Vernieuwing in het onderwijs moet, zeggen ook experts, zie bijvoorbeeld de bijdragen uit Vrij Nederland. Vernieuwing in het voortgezet onderwijs kan ook. De Vrijeschool heeft al bijna 100 jaar ervaring met de ingrediënten voor steeds weer vernieuwende onderwijsvormen.

Er zijn in Nederland 14 middelbare (VO) scholen en 75 basisscholen (PO).
Kenmerken van de vrijeschool VO scholen:
* onderwijs voor vmbo, mavo (vmbo-t), havo en vwo
* uitstekende examenresultaten, goede inspectierapporten
* heldere pedagogische missie en visie: zowel het denken, voelen en willen worden aangesproken
* breed algemeen vormend curriculum: het gaat om hoofd, hart en handen

De cultuur van een vrijeschool wordt gekenmerkt door de menselijke maat. Het zijn kleine scholen waar de leerlingen gekend worden. Iedere klas heeft een eigen klassementor die meer dan 10 uur in de week met de klas bezig is.

De basis van het onderwijs wordt gevormd door het zogenoemde ‘periode-onderwijs’: de eerste twee uur van de dag wordt er drie weken achter elkaar aan eenzelfde vak gewerkt. Daarbij is er aandacht voor hoofd (cognitief, begrip), hart (verwerking van de stof, ook kunstzinnig) en handen (uitproberen, doen). Docenten op de vrijeschool besteden veel werk aan het voorbereiden van de lessen:  ze werken niet met standaard methodes, maar vormen hun lesstof zelf, mede afhankelijk van waar de scholieren aan toe zijn, wat er past bij de leeftijdscategorie van de klas, wat er op dat moment speelt in de klas en wat er kan met de klas, maar ook welke thema’s er in de andere lessen op de agenda staan. De ruimte die docenten krijgen om hun professionele autonomie in te zetten en te verrijken, schept ook een verantwoordelijkheid. Het bedenken van een steeds weer nieuwe aansprekende onderwijsvorm is geen sinecure, maar levert ook voor de docent een belangrijke zingeving. Het contact tussen leerling en docent is van fundamentele waarde voor de ontwikkeling van puber tot jong-volwassene. De mentor treedt nadrukkelijk naar voren als ‘rol-model’.